abdominale vaatprothese infectie
Bronnen
-
European Society for Vascular Surgery (ESVS) 2020 Clinical Practice Guidelines on the Management of Vascular Graft and Endograft Infections; Eur J Vasc Endovasc Surg (2020) 59, 339e384
Categorie
Metadata
Swab vid: G-502472.1
Bijgewerkt: 10/17/2024 - 14:01
Status: Published
Algemene opmerkingen
Algemeen onderzoek
- een goede anamnese
- lichamelijk onderzoek
- juist aangevraagd en geïnterpreteerd aanvullend onderzoek
- definitie infectie, gebaseerd op de MAGIC criteria (zie tabel 1)
Definiëring van de infectie gebaseerd op de MAGIC criteria
MAJOR
MINOR
Tabel 1
* Indien bij microbiologische diagnostiek een mogelijke contaminant gevonden wordt (i.e. coagulase negatieve Stafylokokken, Cutibacterium spp., Corynebacterium spp., of overige huidflora) dan moeten ten minste twee peroperatieve kweken, twee bloedkweken, of een bloedkweek + peroperatieve kweek positief zijn voor hetzelfde micro-organisme bevestigd middels antibiogram of typeringsmethode. (Gebaseerd op MAGIC criteria: Lyons et al. Eur J Vasc Endovasc Surg 2016:52;758-763)
Microbiologisch onderzoek
Preoperatief:
- ook bij afwezigheid van koorts
- een banale kweek
- kweek op gisten/schimmels
- grote kans op een fout-positieve uitslag door kolonisatie van de huid
geen goede interpretatie van kweekuitslagen
- moleculair onderzoek
- diagnostiek naar mycobacteriën
Peroperatief:
- banale kweek
- gisten/ schimmels)
- een gedeelte van de prothese niet verwijderd kan worden en de verdenking op infectie van het achterblijvende gedeelte in principe laag is,
- zorg hierbij voor schoon instrumentarium
- voorzie de kweek van duidelijke vraagstelling en informatie over de herkomst van het materiaal
- Q-koorts serologie
- Lues serologie
Beeldvorming
Verdenking op een vroege vaatprothese infectie (≤ 3 maanden postoperatief):
- de sensitiviteit en specificiteit van een CTA bij een vroege infectie is hoog: respectievelijk 95% en 85%
Verdenking op een late of chronische infectie (≥ 3 maanden postoperatief):
- de sensitiviteit en specificiteit van een 18F-FDG-PET/CT bij verdenking op een late/chronische infectie is hoog: respectievelijk 95% en 85%
- de sensitiviteit van een CTA is in dit stadium van infectie laag (± 67%) en wordt om deze reden afgeraden
Behandeling
- chirurgische interventie
- antibiotische behandeling
Chirurgische behandeling
Zie: European Society for Vascular Surgery (ESVS) 2020 Clinical Practice Guidelines on the Management of Vascular Graft and Endograft Infections; Eur J Vasc Endovasc Surg (2020) 59, 339e384
Antibiotische behandeling
Algemeen
1. het starten van antibiotica compromitteert de diagnostiek
2. het al dan niet chirurgisch ingrijpen, en de uitgebreidheid van chirurgisch ingrijpen, beïnvloedt de keuze van de te starten antibiotica (curatieve versus suppressieve therapie)
3. bij een open verbinding tussen de prothese en een gekoloniseerde tractus (b.v. tractus digestivus) dreigt uitselectie van resistentere bacteriën, wat de vervolgtherapie aanzienlijk kan compliceren
Bij weinig zieke patiënt (zonder tekenen van sepsis):
- start 2 dagen voorafgaande aan de ingreep met antibiotica therapie
- geef antibiotica therapie peroperatief
Bij ernstige zieke of septische patiënt:
Empirische antibiotische behandeling:
- eerdere kweken
- verhoogd risico op bijzonder resistente micro-organismen
- arts microbioloog/internist-infectioloog
Duur behandeling
Situatie
Duur antibiotica
* complicerende factoren: o.a. fistels, abcessen
**gunstige uitgangspositie: o.a. status na debridement, secundaire infectie bij bacteriemie, vroege infectie na plaatsing, type micro-organisme.
Doel van de behandeling met antibiotica is in opzet curatief (met follow-up o.b.v. imaging/kliniek/CRP). Indien de prothese deels verwijderd is en de “snijvlak kweken” negatief zijn, kan een behandelduur van 6 weken overwogen worden.